Monitoren wadvogels: rapport 2025 gereed
Op diverse locaties voeren we binnen het Wij&Wadvogels programma fysieke maatregelen uit. Het gaat om zowel de aanleg en inrichting van nieuwe gebieden als herstelwerk van bestaande locaties. Door jaarlijkse monitoring van deze gebieden en met verdiepende onderzoeken naar specifieke soorten weten we of maatregelen succesvol zijn.
Het voortgangsrapport 2025 geeft een overzicht van de activiteiten en resultaten van het broedseizoen van dat jaar. In 2025 werden 16 projectlocaties gemonitord. Op tien van deze locaties is het werk al klaar en zijn de mogelijke effecten gemeten. Op twee locaties waren de werkzaamheden nog bezig en bij vier locaties moest het werk nog beginnen. Daar ging het dus om nulmetingen.
Een korte samenvatting uit het voortgangsrapport 2025 Wij&Wadvogels projectlocaties kustbroedvogels en weidevogels:
Wisselen van gebieden
In de kop van Noord-Holland liggen meerdere projectlocaties dicht bij elkaar. Rond de eeuwwisseling was het Balgzand hier de belangrijkste broedlocatie voor visdief, kluut en kokmeeuw. In recente jaren komen deze daar niet of nauwelijks meer voor en wisselen vogels tussen meerdere gebieden. Kleurringgegevens van kluten laten ook zien dat deze soort soms binnen één broedseizoen wisselt tussen gebieden in de kop van Noord-Holland.
Bescherming tegen grondpredatie
Op Noard-Fryslân Bûtendyks, projectlocatie Ferwert en Blije, ligt sinds 2024 een eiland dat vogels een betere bescherming moet bieden tegen grondpredatoren. De nestoverleving was hier in 2025 beter dan in de jaren voor de aanleg van het eiland. In aantallen broedvogels is nog geen effect te zien. Kleurringen aflezen is door de omvang van het gebied lastig, dus over immigratie is nog weinig bekend. Wel laten de ringgegevens zien dan met name de jongen van Noard-Fryslân Bûtendyks op diverse andere projectlocaties opduiken, waaronder Peazemerlannen, Klutenplas, Ruidhorn en de Westerplas op Schiermonnikoog.
Visdief voert jong (foto: Peter van Graafeiland)
Visdief
Na een sterke afname in 2022 door vogelgriep laat het aantal paar visdieven op de projectlocaties een gestaagde toename zien. Hegewiersterfjild heeft verreweg de grootste aantallen. De spreiding over de locaties is beperkt in vergelijking tot kluut. Van drie projectlocaties is het broedsucces van 2025 bekend; dat was in alle gevallen voldoende voor een stabiele populatie. Op andere locaties werden overwegend lage broedsuccessen gemeten.
Dwergstern
Dwergsterns broeden in het Waddengebied uitsluitend op de stranden van de eilanden, niet op de projectlocaties. Deze kolonies worden wel zoveel mogelijk onderzocht. In 2025 was het broedsucces zeer laag. Als gevolg daarvan zijn in het Waddengebied ook geen jongen gekleurringd, wel een aantal adulten.
Kluut
Het aantal kluten op de projectlocaties gezamenlijk is de laatste vier jaar redelijk stabiel. In vergelijking met visdieven zijn de kluten gelijkmatig verspreid over veel verschillende gebieden. Het lukte ze nergens om voldoende jongen groot te krijgen voor een stabiele populatie. Het aantal nieuw geringde vogels in het Waddengebied was in 2025 lager dan in 2024, mede doordat er weinig jongen groot werden.
Van de zenders die in eerdere jaren zijn aangebracht functioneert de meerderheid nog steeds. In 2025 is deze dataset gebruikt door onderzoekers van de universiteit van Kiel om de migratie van kluten te beschrijven en verschillen tussen de geslachten te onderzoeken.
Lees het wetenschappelijk artikel 'Kluut Females Fly Further SexSpecific and Seasonal Differences in Migration Patterns' (Eskildsen et al, mei 2026)
Bontbekplevier met kuiken (foto: Jelle de Jong)
Bontbekplevier
In 2025 zaten slechts enkele bontbekplevieren op de projectlocaties; drie paar in Hegewiersterfjild, één paar in de Klutenplas en twee paartjes op de kwelders bij Ferwert en Blija.
Strandplevier
Het aantal strandplevieren in het Waddengebied was in 2025 vergelijkbaar met 2024. Het broedsucces was lager; op Vlieland en Ameland werden geen jongen groot. Op Ameland zijn voor het eerst sinds 2021 weer adulten gekleurringd. In 2024 is er voor het eerst met het WATLAS systeem gewerkt om strandplevieren op de Vliehors te zenderen. In 2025 zijn op de Balg vier strandplevieren en één bontbekplevier gezenderd, waarvan bij twee strandplevieren de zenders ook daadwerkelijk veel data opleverden.
Scholekster
Op veel verschillende locaties is het broedsucces van scholeksters gemeten. Het broedsucces wisselde sterk tussen gebieden, maar was overwegend laag. Op Ameland was het broedsucces in de Buurdergrie beter dan in 2024. Dit was waarschijnlijk voor een groot deel te danken aan de rattenbestrijding in het gebied. Op Schiermonnikoog was het broedsucces op de kwelder net zo laag als in 2024. Op de Schermpier van Delfzijl is met camera’s gewerkt om de mislukkingsoorzaak van de Scholeksters in de eifase vast te leggen. Hier bleek een steenmarter veelvuldig nesten te prederen. De nestoverleving is hierdoor zo goed als nul in dit gebied.
Lees de voortgangsrapportage 2025 Wij&Wadvogels projectlocaties kustbroedvogels en weidevogels.
Foto kluut met jongen: Hans Peeters