Schelpenstrand gereed voor komst visdieven
Het schiereiland in de Oosterwijdesloot op Ameland is klaar voor ontvangst van de visdieven. Sinds het aanbrengen van een schelpenlaag vorig jaar na het broedseizoen was daar veel vegetatie gegroeid. Dit is door tien vogelwachters van Hollum Ballum en drie medewerkers van Vogelbescherming Nederland op 14 maart verwijderd.
Op het schiereiland van 3.000 m2 werd vorig jaar een laag schelpen aangebracht om een ideaal broedgebied te realiseren voor visdieven. Vaak broeden kokmeeuwen in de nabijheid van de visdieven en is er kans op een paar broedgevallen van grote stern, dwergstern, noordse stern, bontbekplevier en kluut.
Waar wadvogels broeden
Tussen de vogelsoorten zijn er subtiele, maar belangrijke verschillen in gedrag en habitatvoorkeuren. Visdief, noordse stern en grote stern broeden in kolonies. De grote sterns zeer compact, visdief en noordse stern veelal wat ruimer. Kluut en strandplevier hebben een voorkeur voor losse, open kolonies of solitair nestelen. De bontbekplevier nestelt altijd solitair.
Visdief met jong, foto van Koos DansenDaarnaast heeft elke soort voorkeuren in openheid en de hoeveelheid begroeiing in een gebied. Strandplevier en dwergstern prefereren extreem kale en open gebieden waar vegetatie vrijwel helemaal afwezig is. Noordse stern, kluut en bontbekplevier nestelen in gebieden waar kuikens zich in her en der aanwezige plukken opgaande vegetatie kunnen verstoppen tegen gevaar. Grote stern en visdief broeden ook in open, kale gebieden, maar zijn doorgaans toleranter voor toenemende vegetatiebedekking en hogere kruidachtige vegetaties, waarbij kuikens de vegetatie wederom gebruiken om te schuilen.
Broedplaatsen komen en gaan
Van nature broeden kustbroedvogels langs de randen van dynamische intergetijdengebieden, zoals op eilanden, stranden, strandvlaktes en kwelder/schorrenzones. Allemaal plekken waar door erosie en sedimentatie de vegetatie-successie voortdurend wordt teruggezet en daardoor niet of slechts schaars begroeid zijn. Deze dynamiek heeft invloed op de broedmogelijkheden en het broedsucces, omdat geschikte broedplaatsen komen en gaan. In de afgelopen eeuw zijn veel natuurlijke broedgebieden van kustbroedvogels verdwenen of ongeschikt geworden.
Ideale broedgebieden voor deze pionierssoorten of kustbroedvogels bestaan uit grote oppervlakte kaal zand afgewisseld met her en der schelpenresten of grind en steentjes. Kleine variaties in hoogteliggingen binnen deze gebieden verminderen de kans van overspoeling van legsels en/of jongen. Daarnaast is een sporadisch aanwezige lage vegetatie gewenst.
Dit bord informeert mensen over het schelpeneilandMaatregelen nodig
Gebrek aan dynamiek door vaste waterpeilen zorgt dat potentieel broedgebied snel dichtgroeit. In combinatie met voedselrijke slib- of kleibodems zorgt dit voor een snelle vegetatiesuccessie. Zonder aanvullende maatregelen om vegetatie weg te halen, raken deze gebieden binnen vijf jaar ongeschikt. Dit vraagt om intensief en jaarlijks onderhoud om plekken zoals het schelpenstrand op Ameland geschikt te houden voor kustbroedvogels.
Tekst: Edwin ter Hennepe, Vogelbescherming
Voor de tekst is gebruik gemaakt van de verzamelde kennis in 'Kustbroedvogels in Nederland Inrichting en beheer van broedhabitat, Bas van den Boogaard (Waardenburg Ecology), Ruben Fijn (Waardenburg Ecology), Floor Arts (Deltamilieu Projecten), VBNE/OBN Natuurkennis, 2024